Inleiding:


Op deze pagina leg ik verkort uit wat ASS en het Syndroom van Asperger is. Wat zijn de kenmerken, de diagnose, de behandeling, de omgang met.., en eindig ik met een korte video. Dit alles om meer bekendheid en begrip voor deze complexe stoornis te krijgen voor een ieder die zich hierin wil verdiepen. Wil je het hele artikel lezen, dan kan je mij een mail sturen voor toegang tot het beveiligde deel van deze website.

Wat is Syndroom van Asperger:


Iedereen heeft wel eens van autisme gehoord en heeft daar een bepaald beeld bij. Het syndroom van Asperger (De term dankt zijn naam aan de ontdekker Drs. Hans Asperger) Is een stoornis uit het Autisme Spectrum Stoornis. Dit wordt afgekort tot ASS. Er is een internationaal handboek voor diagnoses en behandelingen. Dit wordt het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders genoemd (DSM). In het Nederlands vertaalt als Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. In 1938 Schreef Drs. H. Asperger zijn artikel over deze specifieke stoornis, die overigens pas in het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw officieel in het DSM-handboek werd opgenomen.

In versie 4 werden alle stoornissen nog met naam en toenaam benoemt. Maar sinds de release van versie 5 in 2013 zijn alle autistische stoornissen samengevoegd tot ASS. Deze kende eerst 3 domeinen:


  1. Beperkingen in de sociale interactie
  2. Beperkingen in de communicatie
  3. Stereotype patronen van gedrag

Anno 2018 zijn deze domeinen opnieuw gerangschikt tot onderstaande 2.

  1. Beperkingen in de sociale communicatie en interactie
  2. repetitief gedrag en specifieke interacties


Hans Asperger benoemde specifieke kenmerken, zoals een gebrek aan sociaal inzicht, een beperkt vermogen tot het voeren van een wederzijds gesprek en een diepgaande belangstelling voor een bepaald onderwerp. Met andere woorden, het Syndroom van Asperger is een andere manier van denken over en het ervaren van de wereld. Hoe dit biologisch zit, wordt met behulp van onderstaande MRI-scans uitgelegd.


Op onderstaande afbeelding is een MRI-scan te zien waarbij aan de linkerkant de normale functie van de hersenen te zien is hoe zicht en gehoor verwerkt wordt. Aan de rechterkant hoe hersenen met Asperger dit verwerkt. Wat opvalt is dat iemand zonder Asperger het gehoor beter verwerkt dan zicht. Te kijken naar de blauwe en magenta kleur concludeer ik dat het gehoor en het zicht in synergie zijn om te verwerken wat wij horen en zien. De persoon die gediagnosticeerd is met Asperger verwerkt zicht op een veel grotere schaal dan het gehoor. Sterker nog, het gehoor wordt zelfs minder verwerkt dan bij de persoon zonder Asperger. Er is geen synergie. Dus een gebrekkige werking van de executieve functies.


ass1


Executieve functies zijn hogere cognitieve processen die nodig zijn om activiteiten te plannen en te sturen. Alle executieve functies hebben een controlerende en aansturende functie. Executieve functies kunnen worden gezien als de 'dirigent' van de cognitieve vaardigheden. Ze helpen bij alle soorten taken. Executieve functies vertellen niet hoe intelligent, charmant of verbaal vaardig iemand is. Deze functies bevinden zich in de prefrontale cortex van de hersenen. De executieve functies horen bij het denkvermogen. Feitelijk is het dus een verzamelnaam voor denkprocessen (functies) in het brein die belangrijk zijn voor het denken (cognitie) en het uitvoeren (executie) van sociaal, efficiënt en doelgericht gedrag. Zonder deze functies is goed georganiseerd gedrag niet mogelijk. De executieve functies regelen bijvoorbeeld het starten met een taak en het richten en vasthouden van de aandacht.



Een ander beeld krijg je als we gaan kijken naar emotieverwerking (zie onderstaande afbeelding) Wanneer wij als iets emotioneel ervaren, licht aan de linkerkant een gebied op. (MRI-scan links). De testgroep kreeg tijdens de MRI-scan een knuffel. Wanneer deze test opnieuw gedaan werd met de groep die gediagnosticeerd zijn met Asperger (MRI-scan rechts), gebeurd dit praktisch niet. Het limbisch systeem in onze hersenen is verantwoordelijk voor de verwerking van emoties. Ook deze behoren tot de executieve functies.

ass2


Kijken wij naar de sociale omgang tussen mensen (Afbeelding hieronder). Het valt op dat mensen zonder diagnose praktisch geen stress ervaren tijdens normale sociale interactie (MRI-scan links). De testgroep die wel gediagnosticeerd zijn, ervaren juist door de gebrekkige functionerende executieve functies wel sociale stress (MRI-scan rechts), doordat spraak, gehoor en emotie op een totaal andere wijze verwerkt worden door de hersenen.

ass3


De executieve functies van de mens zijn gehuisvest in de prefrontale cortex van de hersenen. En zelfs die ziet er anders uit bij een mens met een Autistischspectrumstoornis (ASS) waarvan Asperger één van de twee hoofdtypen is. Dit is te zien op de afbeelding hieronder

ass4

Bron MRI-scans: Sophia Muller, MD radiologie, Universiteit München.

Kenmerken:


Wat zijn de kenmerken van iemand met het Syndroom van Asperger? Het is belangrijk dat onderstaande kenmerken geen uitsluitsel kunnen en mogen geven. Men moet altijd in gedachte houden dat iedereen een individu is. Er zijn geen twee ASS’ers op deze wereld die hetzelfde reageren. Een goede diagnose mag alleen door een GZ-psycholoog of een Orthopedagoog-Generalist met een aantekening in diagnostiek uitgevoerd worden. Alleen deze diagnose zal worden geaccepteerd door alle instanties.


De psychologische term ‘theory of mind’ (TOM), verwijst naar het vermogen om de gedachten, overtuigingen, wensen en bedoelingen van anderen te herkennen en begrijpen. Hierdoor wordt het gedrag van anderen verklaarbaar en voorspelbaar. TOM wordt in de wereld buiten de psychologie “empathie” genoemd. Een persoon met het Syndroom van Asperger is niet in staat de signalen waarmee anderen aangeven wat ze denken of voelen, te herkennen of te begrijpen op een niveau dat hoort bij de leeftijd van die persoon. Bij diagnostisch onderzoek moet worden nagegaan in hoeverre de cliënt TOM-vaardigheden heeft ontwikkeld. Hiervoor bestaan tests voor verschillende leeftijdsgroepen. Hoewel wij in theorie wel begrijpen dat iemand met het syndroom van Asperger moeite heeft met TOM, kunnen wij ons moeilijk voorstellen wat dat in het dagelijks leven concreet betekent. Dit omdat wij als gemiddelde mens, vrij gemakkelijk en intuïtief de non-verbale lichaamstaal van de ander op een correcte wijze interpreteren. Ook kunnen wij uit contextuele signalen opmaken wat anderen waarschijnlijk denken of bedoelen. Om dit te verduidelijken, hieronder een aantal voorbeelden waarin tekorten of achterstanden in TOM-vaardigheden belicht worden met betrekking tot het Syndroom van Asperger;

  •  → Moeite om de sociale/emotionele boodschap van anderen te lezen
  •  → Letterlijk interpreteren
  •  → Onbeschoft overkomen
  •  → Buitengewoon Eerlijk
  •  → Achterdochtig zijn
  •  → Moeite met problemen oplossen
  •  → Slecht met conflicten om kunnen gaan
  •  → Confronterende en inflexibele opstelling.
  •  → Introspectie en zelfbewustzijn
  •  → Gevoel van Gêne hebben
  •  → Angstig zijn
  •  → Uitputting door psychische inspanning
  •  → Depressief zijn

Diagnose:

Om eerst maar te beginnen met een quote van Drs. Hans Asperger:
Wer diesen Menschenschlag einmal erkannt hat, dem offenbaren sich solche Kinder sehr rasch, aus kleinen Einzelheiten, etwa aus der Art, wie sie bei der ersten. Vorstellung bei uns den Ambulanzraum betreten und sich hier in den ersten Augenblicken benehmen, aus dem ersten Wort, das sie sagen. Wie bei den Einzelfällen schildern wir zuerst

Dergelijke kinderen springen er meteen uit. Ze zijn te herkennen aan kleine details, zoals de manier waarop ze op de eerste afspraak de spreekkamer binnenkomen, hun gedrag in de eerste minuten en de eerste woorden die ze spreken (Asperger, 1944).

Tijdens een internationale conferentie in Londen 1988 werden de resultaten besproken wat resulteerde in de eerste diagnostische criteria voor het Asperger-syndroom in 1989. Deze criteria werden in 1991 herzien door Christopher Gillberg. Met de komst van DSM 5 in 2013 zijn de criteria bijgesteld maar vele psychologen en psychiaters hanteren nog steeds de criteria van Gillberg (zie tabel hieronder).

 De diagnostische criteria voor het syndroom van Asperger
1: Sociale beperkingen

Ten minste twee van de hiernaast vermelde kenmerken zijn aanwezig
  • • Problemen met de omgang van leeftijdsgenoten
  • • Geen behoefte aan contact met leeftijdsgenoten
  • • Moeite met het inschatten van sociale signalen
  • • Sociaal en emotioneel onaangepast gedrag
2: Beperkte interesse

Ten minste één van de hiernaast vermelde kenmerken is aanwezig
  • • Uitsluiting van andere activiteiten
  • • Steeds herhalen van dezelfde activiteiten
  • • Meer mechanisch dan betekenisvol
3: Dwangmatigheid met betrekking tot vaste routines en interesses

Ten minste één van de hiernaast vermelde kenmerken is aanwezig
  • • Beïnvloedt het gehele dagelijkse leven van de persoon zelf
  • • Heeft gevolgen voor anderen
4: Eigenaardigheden in spraak en taal

Ten minste drie van de hiernaast vermelde kenmerken zijn aanwezig
  • • Vertraagde taalontwikkeling
  • • Oppervlakkig gezien de perfecte uitdrukkingsvaardigheid
  • • Formeel, pedant taalgebruik
  • • Vreemde prosodie, merkwaardige stemkenmerken
  • • Gebrekkig taalbegrip, zoals het letterlijk opvatten van figuurlijke uitspraken
5: Problemen met de non-verbale communicatie

Ten minste één van de hiernaast vermelde kenmerken is aanwezig
  • • Beperkt gebruik van gebaren
  • • Onhandige, onbeholpen lichaamstaal
  • • Weinig gezichtsuitdrukking
  • • Ongepaste gezichtsuitdrukking
  • • Merkwaardige strakke, starende blik
6: Motorische onhandigheid

  • • Slechte prestaties op neurologische ontwikkeltests

Wanneer er vermoeden bestaat die duidt op het Syndroom van Asperger is de eerste stap het invullen van een vragenlijst. Dit gebeurt ter onderbouwing van de doorverwijzing naar een specialist op het gebied van Asperger-syndroom.

Behandeling:


Behandeling van een persoon met Syndroom van Asperger wordt altijd individueel afgestemd op de persoon in kwestie. Er bestaat geen algemene behandelmethode om dat de gedragingen van één anders zijn dan bij de ander. Wel wordt er veel gedaan met sociale vaardigheidstrainingen (SOVA). Ook bestaan er zogenaamde 'brussen' groepen. Deze zijn speciaal ontwikkeld voor broertjes en zusjes van iemand met Asperger. Het beste wat je kan onthouden is, iemand die blind is kan niet worden verwacht dat deze zich aan de wereld aanpast. De wereld moet zich aan de blinde aanpassen. Ditzelfde geldt voor mensen met Asperger. De hersenen hebben een totaal andere aanleg en functioneren dus ook anders.

Omgang:


In de omgang met mensen met Asperger zijn een aantal tips aanwezig die de omgang en communicatie kunnen helpen verbeteren. Ook hier geldt weer. Wat bij de een werkt, hoeft bij de andere niet te werken. Dit is overigens geen uitgemaakte zaak. Individueel zijn er altijd variabelen die in onderstaande lijst niet opgenomen zijn.

  •  → Zorg voor een duidelijke voorspelbare structuur
  •  → Vermijd plotselinge veranderingen in de activiteiten. Maak dit ruim van tevoren kenbaar
  •  → Probeer voor een zó arm mogelijke prikkelbare omgeving te zorgen
  •  → Controleer of de persoon de instructie goed begrepen heeft. Doe dit door specifieke vragen te stellen. Een algemene vraag van “heb je het begrepen”, zal bijna altijd in een ja eindigen
  •  → Instructies kan je visualiseren doormiddel van tekeningen en een stappenplan
  •  → Geef ondersteuning in het leren plannen en controleer deze planning
  •  → Wees bewust van het feit dat een Asperger alles letterlijk neemt. Spreekwoorden en gezegdes zijn vaak niet aan hem besteed
  •  → Een kind en adolescent met Asperger heeft moeite met de fijne motoriek. Houdt hier rekening mee met opdrachten en sport
  •  → Zorg voor begrip bij de omgeving. Leg met toestemming van de leerling/student aan de klas uit van het Syndroom van Asperger inhoudt. Wanneer het een minderjarige is moet dit natuurlijk in overleg met ouders
  •  → In momenten van hevige stress kan de persoon letterlijk ontploffen. Dit doet de persoon niet bewust maar is alleen een uiting van onmacht. Zorg in zo'n geval voor een stilteruimte. Een dergelijke ‘time-out’ plek werkt het beste wanneer deze al tijdig met de persoon besproken is. De persoon gaat dan vaak uit eigen beweging al naar deze ‘time-out’ plek voordat de situatie escaleert
  •  → In een conflictsituatie heeft het geen zin om op dat moment met de persoon te praten over de situatie. Doe dit pas wanneer het kind totaal tot rust is gekomen. In zo'n gesprek moet je open vragen vermijden. Je hebt kans dat het kind geen antwoord op de vraag weet omdat deze te algemeen is. Geen antwoord geven is dan vaak vanuit het perspectief van de Asperger het beste antwoord. Dit levert dan weer frustratie op bij de omgeving. Formuleer je vragen dus zo concreet en gesloten mogelijk
  •  → Blijf altijd rustig. Dit is misschien makkelijker gezegd dan gedaan, maar houdt rekening met het feit dat de Asperger hier ook niks aan kan doen. Bij conflictsituaties ligt dit vaak aan de gebrekkige ontwikkeling van de executieve functies
  •  → Bij een nagesprek volgend op een conflictsituatie, leg de focus op het geuite gedrag en niet de persoon

Video:


Wij mensen zijn visueel ingesteld en niets werkt zo goed als een plaatje. In onderstaande video wordt op een simpele manier heel erg duidelijk gemaakt hoe de wereld voor een ASS'er eruit ziet.




Bron: Tony Attwood & Emma Louise Burdet.
Schrijver en regiseur: Alex Amelines.